Hoe meet je je maten op

Als je je eigen kleding wil gaan naaien, is de eerste stap het vinden van de juiste maat van je naaipatroon. Hiervoor is het belangrijk dat je je eigen maten (of de maten van de persoon waarvoor je gaat naaien) nauwkeurig opmeet. Hier lees je wat tips voor het opmeten van je maten!

Meten is weten
Neem nooit zomaar de maat die je meestal in de winkel ook hebt. Ieder naaipatronen merk kan een beetje afwijken van de ‘standaard maten’. Heb je bijvoorbeeld vaak kleding in maat 40, dan kan je er niet vanuit gaan dat het naaipatroon in die maat de beste pasvorm geeft.
Meet je maten eerlijk en nauwkeurig op en vergelijk ze met de matentabel van het patroon. Ook al lijkt het of je ineens 3 maten groter moet maken dan je gewend bent, dat geeft niks. Het is maar een getal! Het gaat erom dat je kledingstuk goed past en er mooi uitziet, dan heb je er het meeste plezier van. Welke maat je uiteindelijk gekozen hebt weet verder niemand 😉

Wat algemene tips voordat je begint met meten
• Gebruik een flexibel meetlint, zo een van plastic die tot 150 cm gaat is prima.
• Meet jezelf in je ondergoed of in een laagje strak zittende kleding. Een hemdje en legging bijvoorbeeld is ideaal.
• Vraag eventueel of iemand je helpt bij het opmeten. Zo kun je zelf ontspannen staan terwijl iemand anders je maten neemt.
• Trek het meetlint niet te strak aan maar laat het je lichaamsdeel losjes omsluiten.
• Noteer je maten, zodat je ze altijd bij de hand hebt als je aan een naaiproject wil beginnen.

• Download hier een handig invulschema voor je lichaamsmaten !

Het opmeten van de meest voorkomende lichaamsdelen

• Taille (T)
Meet je taille op de smalste plaats. Dit zit een stukje boven je navel. Het is handig om een stuk elastiek rond je middel te binden en even heen en weer te wiebelen. De plaats waar het elastiek blijft zitten is het smalste stuk, dus je taille.
Let op: als je wat gewicht rond je taille hebt verzameld is de juiste plaats van je taille soms moeilijker te vinden. Meet de taille-maat dan op de plaats tussen je onderste rib en de bovenkant van je heupbot.

• Heup (H)
Meet rond je billen op het breedste punt.

• Borstomvang (B)
Meet rond je boezem, over het breedste punt.

Maten die je soms ook nodig hebt

• Hoge heup (HH)
Dit is de plaats waar de tailleband van een broek of rok meestal zit.

• Hoge borstomvang (HB)
Meet onder je oksels en boven je boezem langs

• Armlengte (AL)
Meet vanaf je schouder tot aan je pols, via je elleboog. Doe dit met een gebogen arm, anders worden je mouwen te kort. Meet het patroondeel na en pas de lengte van de mouw aan als het niet klopt.

• Ruglengte (RL)
Meet vanaf de nekwervel onderaan je nek (buig je hoofd om hem te voelen, dan steekt hij een beetje uit) tot aan waar je je taille gemeten hebt.
Op die manier weet je of een patroon voor jou te lang of te kort is en kun je het aanpassen voor een betere pasvorm.

• Binnenbeen lengte (BB)
Meet vanaf je kruis tot op de grond. Zo weet je hoe lang bijvoorbeeld een broekspijp moet worden. Je kunt ook op het uiteinde van het meetlint gaan staan en dan meten tot aan je kruis, dan hoef je niet te bukken. Kijk dan wel bij welke cm je bent begonnen onder je voet.

Nog wat Tips
• Ben je niet zeker of je opgemeten maten en het model van het patroon wel kloppen? Maak dan eerst een proefmodel van het kledingstuk. Gebruik een oud of goedkoop stofje, of een oud dekbedovertrek (daar zit heel veel stof in!). Kijk hoe je proefmodel valt en pas het patroon eventueel daarna nog wat aan.
• Ben je aangekomen of afgevallen, vergeet dan niet om je maten even opnieuw op te meten.

• Download hier het invulschema voor je lichaamsmaten !

Eén reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.