Wat zit er in je NaaiBox?

Als je je eigen kleding of accessoires gaat naaien of vermaken is het handig om een aantal spullen in huis te hebben, om het proces zo makkelijk mogelijk te maken. Als je al wat langer naait dan heb je het meeste waarschijnlijk wel in huis!
Hier zie je een overzicht van veelgebruikte hulpmiddelen die je echt in je NaaiBox kunt gebruiken.


1. Scharen etc.
Een goede stofschaar is absoluut noodzakelijk! Neem een scherpe schaar, die goed in de hand ligt en niet al te klein is en knip er alleen maar stof mee. Niks anders! Zo blijft hij scherp.
Verder is een aparte schaar voor papier handig, waar je b.v. naaipatronen mee kunt knippen.
Ook een kartelschaar komt goed van pas. Hiermee knip je soms de zijkant van (katoenen) stoffen af, zodat de stofrand niet meer rafelt.
Een tornmesje is ook noodzakelijk, om eens een fout stiksel mee los te halen of oude kleding mee uit elkaar te halen. Je zult het vaak nodig hebben! Ik heb er zelf zelfs meer dan één in huis 😉
Sommigen vinden het fijn om de stof te snijden met een rolmes. Daarmee kun je rondom je patroondeel snijden, met een snijmat onder de stof. Of rechte stukken stof netjes afmeten en snijden. Ik vind het in sommige gevallen ook heel handig, maar het vergt wel wat oefening!


2. Meten is Weten
Voor een goed resultaat is het belangrijk om je stof, je patroondelen, en ook jezelf, nauwkeurig op te meten. Deze meetmaterialen zijn daarbij handig:
• Een flexibel meetlint: deze gaat tot 150 cm en je kunt er vanalles mee opmeten. Van al je eigen maten, tot het nameten van patroondelen, tot de lengte van de stof. Sommige meetlinten hebben aan de voorkant een maatverdeling in centimeter en aan de achterkant in inch, handig als je een Engelstalig patroon gebruikt waar alles in inches wordt aangegeven.
• Een liniaal, of geodriehoek, of quilt-liniaal: voor het opmeten van kleine, rechte stukjes stof. En voor het overtrekken van patronen op patroonpapier of stof, om naden rondom een patroon te tekenen of om langs te snijden met een rolmes.
• Een zoommaatje: dit is een klein plastic kaartje dat aan verschillende kanten een bepaald aantal cm’s aangeeft. Je gebruikt het bij het aantekenen van naden en zomen op de stof rondom je naaipatroon.

3. Teken Materiaal
Om naaipatronen over te nemen of uit te tekenen op patroonpapier, gebruik ik een gewone viltstift in een donkere kleur.
Om het patroon daarna over te nemen op de stof, of vormen uit te tekenen op stof, kun je een kleermakerskrijtje of kleermakers potlood gebruiken. Er bestaan ook ‘verdwijnstiften’ waarvan de inkt na een tijdje vanzelf van de stof verdwijnt. Ik gebruik zelf meestal een gewoon kleurpotlood. Als je het patroon maar duidelijk op de stof kunt tekenen, gebruik dus een goede contrastkleur bij je stof.

4. Naalden en spelden
Je hebt natuurlijk naalden nodig voor in je naaimachine. Voor elke stof bestaan er geschikte naaimachine naalden, zodat je naaimachine het beste presteert. Gebruik bijvoorbeeld een universele naald voor katoen, een stretchnaald of ballpoint naald voor tricot en een jeansnaald voor dikke stoffen.
Soms moet je iets met de hand naaien, zoals knopen aanzetten of een opening dichtnaaien. Daarvoor gebruik je een gewonen naainaald.
Verder zijn kopspelden erg handig, voor het vast spelden van patroondelen op je stof. En voor het aan elkaar spelden van stoffen die je aan elkaar wil naaien.
En ook veiligheidsspelden zijn handig, je gebruikt ze bijvoorbeeld voor het doorhalen van een elastiek of koord door een tailleband of tunnel.

• Naalden en spelden kun je bewaren in een doosje of blikje, of je prikt ze op een speldenkussen. Je leert er zelf eentje naaien in de Naailes voor Beginners Workshop !


5. Stoffen en garen
Natuurlijk heb je ook stoffen en naaigaren nodig als je kleding of accessoires wil gaan naaien 😉
Neem een makkelijk te verwerken stof als je een beginner bent, zoals katoen. Katoen stretcht niet en rafelt vaak niet al te erg, het is ook niet glad waardoor het niet snel wegglijdt.
Neem naaigaren van goede kwaliteit, zodat je draad niet te snel breekt tijdens het naaien en het stiksel mooi gelijkmatig wordt. Je kunt naaigaren gebruiken van katoen of polyester, maar neem dus wel een goed merk.
Ook rijggaren kan handig zijn. Dit is een wat dikker, goed zichtbaar garen, waarmee je twee stofdelen met de hand aan elkaar kunt rijgen voordat je de uiteindelijke naad naait, zodat de stofdelen goed op elkaar blijven zitten. Nadat je uiteindelijke stiksel gemaakt is verwijder je het rijggaren weer.

• Lees meer > Waar vind je stoffen voor je NaaiProject?


6. Naaipatronen
Een naaipatroon is de ‘mal’ die je gebruikt voor het uitknippen van je stofdelen, die je dan weer in elkaar naait tot een kledingstuk. Naaipatronen vind je in naaitijdschriften (zoals de Knipmode en La Maison Victor), ze zijn los te koop of je kunt ze op internet zoeken.

• Lees meer > Waar vind je leuke naaipatronen voor je zelfgemaakte kleding?

7. Patroonpapier
Patroonpapier is een dun, doorzichtig papier waarmee je patroondelen kunt overnemen van een naaipatroon, uit bijvoorbeeld een naaitijdschrift. Omdat ik ook wel eens zelf een patroon uitteken, op mijn eigen maten, gebruik ik graag patroonpapier met ruitjes. Maar het bestaat ook zonder ruitjes, of met stipjes.

8. Overige fournituren
Wat je verder af en toe nodig hebt bij het naaien van je eigen kleding verschilt per naaiproject en kun je aanschaffen zodra je het nodig hebt. Deze items staan dan beschreven in het naaipatroon dat je wil gaan maken.
Dit kunnen dingen zijn zoals:
• Ritsen
• Knopen, drukkertjes, haak- & oogsluiting
• (Biais)band, lintjes of paspelband
• Klittenband/ velcro
• Elastiek
• Vlieseline, vliesofix

Bewaar de kleinere spullen bij elkaar in een naaibox, etui of (schoenen)dozen, zodat je alles snel bij de hand hebt als je gaat naaien.

Eén reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.